Extra Logboek

3 juni


3 juni 2006

 

Verblijf in Dakar-Senegal

 

 

Senegal is totaal anders dan de Kaapverdische Eilanden die nochtans ook tot het Afrikaanse continent behoren. De eeuwenlange sterke Portugese invloed zorgde voor een Kaapverdiër met een meestal bruine huidskleur zwevend tussen zwart en wit. In Senegal zijn de bewoners allemaal zwart. Op Cabo Verde geen malaria, cholera, gele koorts, etc. maar Afrika heeft het allemaal. Gisteren kregen we de eerste signalen van het naderende regenseizoen. Een met regen gevulde stormachtige ‘squall’ gierde s’nachts over de haven en gooide alle schepen kriskras door elkaar. Het zal nog erger worden voorspellen de oude rotten waarvan sommigen hier al jaren zijn blijven plakken en meestal een jonge Senegalese vriendin hebben. Het land zal nu echter in korte tijd weer een mooie groene kleur krijgen en de dorre uitgedroogde savannes zullen weer tot leven komen. Ook de muggen zullen weer actief worden en heel wat mensen met malaria besmetten. We hebben alvast de muskietennetten klaar gelegd .

Een leuke filmploeg uit België, vergezelde ons naar Sekone in het binnenland. Daar woont Aliou, het  jongetje dat volgend jaar mee naar New York zal gaan om aldaar de brieven van de kinderen te overhandigen aan de Verenigde Naties. De cineast legde heel wat lokale gebeurtenissen vast en ook de varende fles en het door Aliou aan boord brengen van de eerste brieven.

We zijn nu ruim een maand hier zodat de eerste confrontatie met zwart Afrika en de onvermijdelijke cultuurschok voorbij zijn. We blijven ons natuurlijk verbazen en aanpassen. Kee vermijdt inkopen te doen in de dure Franse supermarkten en koopt uitsluitend bij lokale markten. Daardoor leert ze zelfs de meest gesproken taal in Senegal: het Wolof. Een goede koper moet hier de kunst van het onderhandelen absoluut beheersen. De toebab (blanke) die het zonder discussie met de gevraagde prijs eens is, wordt niet voor vol aangezien. Van blanken wordt overigens altijd gedacht dat ze een beetje gek zijn. Wie gaat er nu bv. met een kleine boot over de zeeën zwalken als dat niet perse moet en er bovendien niets mee te verdienen valt. Integendeel. Dakar is natuurlijk Senegal niet. Het eenvoudige binnenland is oneindig veel interessanter dan de drukke, walmende en stoffige hoofdstad. Het enige voordeel is dat de temperatuur in Dakar draaglijk is door de koele zeewind. Ook wie regelmatig technische zaken nodig heeft, is hier op de juiste plaats. Wie contact zoekt met de bevolking krijgt ook een inzicht in hun denken en gebruiken. Voorbijsnellende  toeristen hebben daar absoluut geen idee van.

Dakar (bijna twee miljoen inwoners) lijkt wel één grote commerciële bedoening te zijn geworden. Duizenden bewoners van het arme platteland hebben zich hier gevestigd en houden zich bezig met het aan de man brengen van een verscheidenheid van producten. Onophoudelijk wordt men lastig gevallen door niet aflatende verkopers van petten, zonnebrillen, horloges, hemden, telefoons, bananen, stationsklokken, tl-buizen en strijkplanken. Zit je erg genoeg in een meestal stilstaande taxi dan is vluchten niet mogelijk en moet je het allemaal ondergaan. Dat gebeurt allemaal in een verschrikkelijke verkeerschaos. De meeste auto’s verkeren in een uiterst bedenkelijke technische staat. Een taxi vinden waarvan de voor- en achterruit niet gebarsten zijn en waarvan ook meer dan twee deuren geopend kunnen worden, is een zeldzaamheid. Wielen staan scheef onder de auto’s omdat de ophangingen door gebrek aan onderhoud totaal versleten zijn. De slecht afgestelde motoren produceren zowat allemaal enorme hoeveelheden vervuilende gassen. Een voetganger is een doelwit waar geen rekening mee wordt gehouden. Met  claxongeschal wordt iedereen aangemaand het veld te ruimen. Wolken stof dwarrelen rond, uitlaten slepen over de grond en afgebroken wielen, kapotte banden en andere auto-onderdelen liggen langs de weg. Men vindt ook heel wat auto- en zelfs vrachtwagenwerkplaatsjes gewoon in open lucht langs de openbare weg. Men struikelt er over achterassen, motoren en glijdt uit in plassen olie. De nieuwe automobilist moet goed opletten want het verschil tussen een parking en een autosloperij is niet groot.

Er zijn natuurlijk wijken in Dakar (Mermoz o.a.) waar het leven beter is. Daar ziet men ook heel wat witte (meestal Franse) gezichten en dure Europese en Japanse auto’s. En toch is Dakar al met al een interessante stad.

We hebben met de jachtclub waar we voor anker liggen, een afspraak gemaakt om de ‘fles’ uit het water te halen zodat we de noodzakelijke reparaties aan de flessenhals kunnen verrichten. Door de geweldige klappen die de fles te verduren had  tijdens het traject naar Dakar, is de epoxy bescherming gedeeltelijk los gekomen. Niet ernstig maar als we straks de Atlantische Oceaan gaan oversteken zonder de herstelling te verrichten, is er kans dat de breuk  verder loopt.

Na veel zoeken heeft Kee eindelijk een bedrijf gevonden waar men vloeibare epoxy en glasmat verhandeld. We kunnen aan de slag! De jachtclub heeft echter een wachtlijst zodat nog niets zeker is. Het zal zeker half juni worden voor we op het droge staan.

Daarna gaan we Mali, Burkina Faso en Ghana bezoeken. We willen naar deze landen om een inzicht te krijgen wat het verschil tussen deze volken betreft.

Daniël, Stijn en Nina die op 17 maart met hun motoren uit België vetrokken om ons in Dakar te vervoegen, zijn twee weken geleden hier aangekomen. Ze moesten, voor een deel door woestijnen, een afstand van zowat zevenduizend km afleggen. Ze kregen te maken met grote technische en bureaucratische problemen. In een verlaten streek van Marokko kreeg Daniël problemen met zijn BMW. De drijfstanglagers begaven het. Een snel uit België verzonden reservekrukas bleef, geteisterd door douanebureaucratie, bijna drie weken in Casablanca hangen. Al die tijd moesten ze in Guercif wachten maar werden gelukkig door een gastvrije Marokkaanse familie opgevangen. De reparatie duurde slechts één dag maar nauwelijks vetrokken gaf de Yamaha van Stijn de geest. De ellende met de BMW indachtig gaf Stijn er de voorkeur aan zijn machine met alles er op en er aan te verkopen en de reis naar Dakar liftend verder te zetten. Met slechts één dag verschil bereikten ze beide de Senegalese hoofdstad. Daniël en passagierster Nina reden in Mauritanië bijna een mijnenveld in maar werden door plaatselijke bewoners gered. Bij het overschrijden van de grens met Senegal werd zijn motor door een verkeerde grenscontroleur een tijd in beslag genomen. Stijn had geen motor meer maar arriveerde wel in Dakar in het innige gezelschap van een mooie Australische reizigster die daarna nog ruim een week is gebleven.

Kee en ik  maken ons nu gereed om de gewezen koloniale hoofdstad van alle Franse koloniën in Afrika, dus ook van Senegal, Saint-Louis, te gaan bezoeken.



clear