Extra Logboek

5 augustus 2006


We leven ons leven voor anker. Kee roeit in de dinghy naar de wal en de jachtclub waar we altijd vrienden hebben en ik ga met de passeur. We kennen Dakar en Hann nu wel echt goed. Er zijn de vismarkt op het strand en talloze  andere markten en enorme drukte in de stad en overal altijd mensen en overal is het smerig en het verkeer adembenemend. We verheugen ons op de komst van onze zonen Robin en Brendan die in juli bij ons zullen zijn.

 

Dakar 5 augustus 2006

 

We zijn terug uit het zuiden van Senegal en Gambia. Wat een verschil met het kale en dorre noordelijke deel van het land. Al enkele dagen na de eerste regenval kreeg het landschap een prachtig groene deken. De warme tropische regen bracht echter nog geen koelte met zich mee.

Gambia heeft merkwaardig gevormde landsgrenzen. Ze liggen evenwijdig aan de kronkelige Gambia rivier. Een overeenkomst tussen de koloniale mogendheden Frankrijk en Engeland leidde er toe dat de grenzen bepaald werden door de afstand die een bij de rivier in beide richtingen afgeschoten kanonkogel zou afleggen. Dat bleek in die tijd zowat ruim twintig kilometer te zijn. Het land werd dus veertig kilometer breed en mocht driehonderd km lang worden.

Het leven wordt er natuurlijk beheerst door die machtige stroom. Coasters kunnen de rivier zelfs tweehonderd km ver tot bij Georgetown opvaren. Kleine schepen hebben er geen moeite mee de oostelijke grens van het land te bereiken.

De reiziger die zich vanuit Senegal per auto of te voet verplaatst moet in Barra een overzetboot nemen die hem naar de hoofdstad Banjul brengt. De gemakkelijkste en bovendien goedkoopste manier is de rivier met de eigen boot op te varen. Er is altijd wel een aanlegplaats of zandige ankerplaats te vinden. Wij moesten echter de “fles”, die voor reparatie nog uit het water moet, in Dakar achter laten. Samen met onze zonen Robin en Brendan die ons kwamen opzoeken, verplaatsten we ons per minibus, ‘bush’ taxi en ferry verplaatsen. Het voordeel is dan dat je  veel over de bevolking en het land te weten komt. De oevers van de Gambia hebben ook lange goudgele stranden die natuurlijk toeristisch uitgebaat worden. Je wordt er niet met rust gelaten en iedereen wil je vriend zijn. Het komt er op neer dat ze op één of andere manier geld van je willen hebben. Veel rustiger is het tussen de reusachtige mangrovewouden die ook de kreken vullen. De wortels van de planten komen bij eb vrij en zijn begroeid met mangrove-oesters die gerookt gegeten worden. Gambia heeft ook een reputatie op het gebied van sekstoerisme. Het zijn vooral westerse vrouwen van middelbare leeftijd die je hier gearmd aan een uiteraard breed lachende zwarte jongen ziet lopen.

Wij verbleven in een lodge van houten palen tussen de mangrovewouden. Bliksemsnelle ‘Grey Velvet’ apen gristen tijden ons ontbijt de suikerpot, brood en kaas van de tafel en rolden vechtend met de buit door het bos. We sliepen op het dek van een aangemeerd oud houten schip. De aanvallen van miljoenen muskieten en vliegende mieren deden ons besluiten eerder naar Ziguinchor in de prachtige Casamance  in het zuiden van Senegal te verhuizen. Varend in een pirogue, een lange smalle open houten vissersboot,  vonden we op een eilandje de broedplaats van talloze grote vogels.  We bezochten het dorpje Dilapao  dat over land alleen met hoog water te bereiken is en waar geen elektriciteit is en  geen verkeer rijdt.  Veel verder langs de rivier de Casamance, ligt een groter dorp,  Affinian temidden van enorme tropische vegetatie en rijstbouw rondom.  Geen elektriciteit en geen verkeer. Er is één enkele telefoonlijn voor noodgevallen op zonne energie. Er  wonen vierhonderd mensen in alle rust tussen de reusachtige baobabbomen (apenbrood), mangobomen en fromagers die wortels hebben die als muren boven de grond staan. De baobabs  kunnen wel duizend jaar oud worden en hebben soms een omtrek van achttien meter. De stammen zijn hol en kunnen wel 1000 liter water bevatten. Vroeger werden er  mensen in begraven.  De vruchten worden gegeten.

 Een contact met de moderne wereld heeft de kleine gemeenschap bijna vijftig doden gekost toen dorpsbewoners op een dag in 2002 de ferryboot van Ziguinchor naar Dakar namen. Ze keerden niet terug. De zwaar overladen en slecht gestouwde ferry kapseisde op de Atlantische Oceaan. Weinigen overleefden het drama. Een monument in het dorpje houdt de ramp levend.

 In Gambia en Senegal zijn veel  slangen waaronder giftige zoals de pofadder, de gevreesde zwarte mamba en de cobra. In het regenseizoen, nu dus, komen ze uit hun schuilplaatsen.

Onze zonen zijn inmiddels weer teruggekeerd naar België. Het was heel goed en fijn dat ze bij ons waren en  het leven hier meegemaakt hebben. Ze hebben meer waardering voor hun eigen land gekregen en zijn  tot het besef  gekomen dat ze het zelf maar al te goed hebben. Met een gemiddeld inkomen  van  40.000 cfa= €60 per maand kom je hier  niet ver en heel veel mensen hebben nog minder.

Kee en ik kunnen nu eindelijk naar Mali, Burkina Faso en Ghana reizen om de situatie van de kinderen daar te gaan bekijken. Daniël, onze scheepsmaat, is pas in Burkina geweest om er het werk van zijn vader, de ex-tourrenner Ludo Delcroix, te gaan bekijken. Die doet daar met zijn “Vrienden van Burkina Faso, prachtig werk. Zij plaatsen mechanische waterpompen in afgelegen gebieden waar geen water is. Er wordt vijftig meter diep geboord waarna er meestal helder drinkwater verschijnt. Een zegen voor de vrouwen die nu geen tien of meer kilometers door de brandende zon moeten lopen om ergens meestal vervuild water te halen. Dat is tenminste directe, tastbare hulp zonder grote vergaderingen, commissies, hoge bureaukosten, overbodige adviseurs,etc.

We hebben nog toch half september tijd want dan moet de fles, we staan op een wachtlijst, uit het water zodat we de door zware golfslag beschadigde epoxy kunnen herstellen. Daarna maken we ons reisklaar voor het reusachtige traject over de Atlantische Oceaan. We hopen dat de bemanning dan volledig is want Stijn reist nog door zuid Amerika en Daniël en Nina ontmoeten we in Ghana bij Pedro, de broer van Kee die daar ontwikkelingswerk doet.

 

 



clear