Extra Logboek

20 sept 2006


20 september 2006

 

Door Senegal, Mali, Burkina Faso en Ghana.

 

‘Een lichamelijk en geestelijk gevoel van welbehagen.’

Dat is wat de ‘founding fathers’ van de verenigde naties neerlegden als definitie van‘gelukkig zijn’. Maar is die definitie wel juist? Hier in Afrika?

 

Vijf maanden met primitieve, goedkope, volkse middelen op reis in Senegal, Mali, Burkina Faso en Ghana gaven ons een goed beeld van het Afrikaanse leven. We besteedden vooral veel aandacht aan het wel en wee van de kinderen. We kwamen terug met gemengde gevoelens. Afrika vreet je op als je intens met de bevolking leeft. Het zwarte continent vraagt meer van je dan het geeft. Maar het was een overweldigende en onvergetelijke ervaring. Hier wachten ze, de miljoenen, vragend naar een beter bestaan en een waardige toekomst.

Aftandse autobussen, bush taxis, bacheés, minibusjes, paarden, de sept-place (een stationwagen met drie extra stoelen in de kofferbak) en onze benen brachten ons door het uitgestrekte West-Afrika. De autobus die ons van Dakar in Senegal naar Bamako in Mali moest brengen bleek een aftandse Europese stadsbus te zijn. De bemanning bestond uit één chauffeur, twee mecaniciens en een busleider die de formaliteiten bij de talrijke douane en politiecontroles moest regelen. Het traject van Dakar naar Bamako in Mali (1200 km) zou in drie dagen worden afgelegd. Een reusachtige hoeveelheid bagage werd op het dak gestapeld en met een gehavend stuk zeildoek gezekerd. Geperst tussen bagage en een overdaad aan reizigers begonnen we aan de lange vermoeiende tocht. De overladen bus scheerde met slechts tien centimeter speelruimte over de gehavende wegen. Talrijke malen sleepte de busbodem met een krakend en schurend geluid over de grond. Dag en nacht werden sanitaire en andere stops afgewisseld met het uitrollen van de gebedsmatjes rond de bus. Regelmatig produceerde de motor vreemde geluiden zodat de mecaniciens telkens weer aan de slag moesten met het vervangen van riemen en het aandraaien van bouten. Na een lang grensoponthoud bereikten we eindelijk Kayes, Afrika’s warmste oord. Voor ons een nieuw land om te verkennen. Gewapende  bandieten in de bergen tussen Kayes en de hoofdstad, Bamako, zorgden ervoor dat we s’nachts niet verder mochten rijden. De rovers hadden enkele dagen daarvoor  een bus overvallen en de reizigers beroofd. Alle busreizigers sliepen onder een stikhete blote hemel maar de mecaniciens werkten als gekken en hakten met een machetemes boomstammetjes op maat die daarna onder de bus werden bevestigd. We zouden dan minder tegen de grond geramd worden! De gedeeltelijk onafgewerkte weg naar Bamako zorgde voor veel problemen. De grote achterdeur viel door het schudden en trillen op straat maar het loodzware gedeukte ding werd gewoon op het dak vast gebonden. Een mecanicien moest nu verder als deur fungeren en tot Bamako in de opening blijven staan! Viermaal moesten we de bus verlaten en zowat een vijf km te voet langs de weg lopen omdat er door de wegenwerken enorme met water gevulde kuilen waren ontstaan. Na twee dagen en twee nachten (de chauffeur was geen enkele maal vervangen) sloop onze autobus dan eindelijk een achterbuurt in nachtelijk Bamako binnen waar de doodvermoeide reizigers werden gelost.

Wat ons was opgevallen waren de talrijke kinderen die bij de vele busstops probeerden een beetje geld te verdienen door het verkopen van hervulde flessen water, pakjes sanitaire doekjes, koekjes, bananen, plastic zakjes met water , knollen,mangos en nog veel meer. Soms vertelden ze ons dat ze al twee dagen niet hadden gegeten en of we absoluut iets wilden kopen. Dat deden we dan maar en zo kregen we nogal veel dingen die we echt niet konden gebruiken en die we weer weg konden geven.

 

Wordt vervolgd…

We hopen volgende week onze fles e-mail mailbottle@skyfile.com , die twee maanden niet gewerkt heeft, weer te kunnen gebruiken!!!



clear